2. Hoop
Ook het woord hoop is onmiskenbaar verbonden met de weg uit de angst. Je zou angst zelfs kunnen omschrijven als het ontbreken van hoop. Hoop is namelijk verbonden met vertrouwen. Vertrouwen dat wij samen de dingen beter kunnen maken. Vertrouwen in de toekomst, het leven… de ander. Hoop is overigens niet hetzelfde als optimisme, want in tegenstelling tot hoop is optimisme een passieve deugd. Er is ook geen moed voor nodig om een optimist te zijn, terwijl er is heel wat moed nodig is om hoop te hebben. Met onze kennis van de geschiedenis is er namelijk geen reden om te blijven hopen, want het lijkt een aaneenschakeling van geweld en gruwelijk lijden. En toch hebben mensen nooit de hoop opgegeven. Daarbij gaat het om geestkracht, om fiducie in de toekomst en niet om een materiële, materialistische invulling. Hopen in bijbelse zin heeft alles te maken met het leven uit de belofte. En ook dan gaat het niet om het zelfstandig naamwoord hoop, maar om het werkwoord hopen. Zoals tot uitdrukking komt in het prachtige gedicht van Vaclav Havel:
Diep in onszelf dragen wij de hoop.
Als dat niet het geval is,
is er geen hoop meer.
Hoop is een kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.
-15-
Hoop is niet voorspellen
of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.
Hoop in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen
omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme.
Evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
ongeacht de afloop,
het resultaat.
Zoals een parabel vertelt...
Een ramp heeft zich voltrokken, de Noordpool en Zuidpool zijn gesmolten zodat de mensheid binnen een week zal verdrinken. Er is geen ontkomen aan. Aan spirituele leiders wordt de mogelijkheid gegeven om moed in te spreken via de televisie. Ze hebben het over berusting, het elkaar vergeven van de zonden en over de zaligheid van het leven na dit leven. Maar dan verschijnt de rabbijn. Hij doet zijn jas uit, stroopt zijn mouwen op en zegt: ‘Mensen laten we onmiddellijk aan het werk gaan, we hebben nog een week om te leren hoe we onder water in leven kunnen blijven’.
3. Liefde
Het derde woord is liefde. Naast het woordje god het meest beduimelde woord uit de taal. Wat is er in naam van de liefde niet veel onrecht gedaan? Liefde. Een woord dat op heel uiteenlopende manieren is uitgelegd en toegepast. Het wordt soms bijna gelijkgeschakeld met seks, maar ook met een sociaal contact. En toch is het te omschrijven als het geheim van het leven. Als de samenvatting van alles wat het leven de moeite waard maakt. Tenminste wanneer het niet wordt misbruikt, maar verbonden wordt met zorg en aandacht, genegenheid en toewijding, trouw en volharding. In Bijbeltaal is liefhebben trouwens een relationeel begrip. Kern van geloven, bron van de hoop. Alweer: het werkwoord gaat voorop, niet het zelfstandig naamwoord.
Wat het is
het is onzin
zegt het verstand
Het is wat het is,
zegt de liefde
Het is ongeluk
zegt de berekening
Het is alleen maar verdriet
zegt de angst
Het is uitzichtloos
zegt het inzicht
Het is wat het is
zegt de liefde -16-
Het is belachelijk
zegt de trots
Het is lichtzinnigheid
zegt de voorzichtigheid
Het is onmogelijk
zegt de ervaring
Het is wat het is
zegt de liefde
Erich Fried
Nee, de angst van een mens wordt niet opgeheven door goede voornemens, maar door de nabijheid van een persoon die hij absoluut vertrouwen kan. Pas dan wordt duidelijk hoe zinloos vluchtmechanismen zijn. Pas als een mens het gevoel krijgt ondanks alles bemind te worden zal hij zich thuis voelen op deze wereld. Pas als hij zich niet meer hoeft te bewijzen, er zondermeer mag zijn, pas als hij om in Bijbelse termen te spreken ‘gerechtvaardigd’ is kan hij de angstige zinloosheid te boven komen. In zekere zin komt “loslaten”, overgave” en durven leven in vrijheid op hetzelfde neer. Veel angst is te herleiden tot angst voor de vrijheid. Angst om je werkelijk te openen. Angst om volwassen en verantwoordelijk, weerloos en kwetsbaar te zijn. Wanneer we genieten van de vrijheid, leven uit de vrijheid wordt alles anders. Hetzelfde geldt voor overgave. Angst heeft vaak te maken met kramp, met de dingen in de hand willen houden, controleren en beheersen. De ervaring leert dat het leven niet beheersbaar is, dat de dingen ons tussen de vingers doorglippen. Daarom is loslaten een belangrijke grondhouding. Niet alleen de gedachten dat wij greep kunnen hebben en houden op de dingen, maar ook de gedachte dat de angst er niet zou moeten en mogen zijn zit ons in de weg. Alsof het anders kan! Alsof er een leven zonder angst mogelijk is! In het nu volgende Bijbelverhaal wordt duidelijk wat het kenmerk is van angst en hoe een weg te vinden in en ondanks de angst.
d. De storm op het meer
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden. En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen. Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen. In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen,gaande over de zee. Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees. Terstond sprak Jezus hen aan en zei: Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd! Petrus antwoordde Hem en zei: Here, als Gij het zijt, beveel mij dan tot U te komen over het water. En Hij zei: Kom! En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus. Maar toen hij zag op de wind werd hij bevreesd en begon te zinken en hij schreeuwde: Here, red mij! Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zei tot hem: Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen? En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. Die in het schip waren, vielen voor Hem neder en zeiden: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!
Mattheus 14: 22-31
Een boek dat wordt aangeprezen met de woorden ‘echt gebeurd’ heeft per definitie een grote aantrekkingskracht. Het hoeft niet goed geschreven te zijn. Het is voldoende om te weten dat er mensen zijn die het hebben meegemaakt. Die visie is typerend voor veel Bijbellezers. Ze zijn in de ban van de vraag of datgene wat beschreven is ‘waar gebeurd’ is en komen er niet toe om zich af te vragen waarom het verhaal is doorverteld en wat het zou kunnen betekenen voor hun eigen leven. Fictie lijkt het af te leggen tegen non fictie. Waarachtigheid lijkt van minder waarde dan echtheid. Terwijl oprechtheid en waarachtigheid toch het kenmerk is van kunst en een Bijbelverhaal er toe doet, omdat het mensen raakt en in beweging zet. En niet omdat het een feitelijk verslag is van wat ooit is gebeurd.
Het verhaal van de storm op het meer lijkt op het eerste gezicht niet meer dan een wonderverhaal van eeuwen terug, een vreemde geschiedenis die ver van ons af staat. Maar
-17-
bij nader inzien is het een actueel en verhelderend verhaal. Ja, het is een geschiedenis vol wendingen, woorden en beelden die een verrassend licht werpen op het thema angst. Om te beginnen is er veel tegenwind. Er is geen sprake van een eenvoudig tochtje naar de overkant van het meer, maar het kost de grootst mogelijke moeite om de boot op koers te houden. Om niet om te slaan en om de bestemming te bereiken. De leerlingen van Jezus worden geteisterd door de golven. En wat kan dat anders zijn dan een beeld van het leven. Met haar pijn en moeite, teleurstelling en tegenslag. Vervolgens is er de angst die alles te maken blijkt te hebben met het vreemde. Het ongedachte, onverwachte, onbekende. Jezus die over het water loopt wordt aangezien voor een spook. En een spook is per definitie iets om bang voor te zijn. Want een spook is ongrijpbaar, griezelig en vreemd. Een spook is een verschijning uit een andere wereld. Het is niet voor niets dat er sprake is van grote schrik. En toch roept Jezus zijn leerlingen op om niet bang te zijn. Dat is niet omdat ze niet bang mogen zijn, niet omdat ze niet bang horen te zijn of omdat hij het onbegrijpelijk zou vinden hoe ze reageren. Maar omdat er geen reden voor is. Omdat ze alles wat er is gezegd en gebeurd schijnen te zijn vergeten: de woorden van hoop; het delen van het brood: als daad van vertrouwen. En vooral degene die heeft gezegd altijd bij ze te zijn en van ze te houden. Het is niet toevallig dat de woorden “houd moed, ik ben het” wonderen doen. Alleen zijn stem, zijn aanwezigheid en zijn vertrouwenwekkende woorden maken alles anders.
En ineens kijkt iedereen met andere ogen en beleeft iedereen de hele situatie op een nieuwe manier. Petrus in het bijzonder. Want ook hij wil nu over het water gaan, zo snel mogelijk naar Jezus toe. Zeker wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd. Ja, hij gaat op pad. Natuurlijk. Zelfbewust. En met een gezonde dosis vertrouwen. Tot het moment dat hij zich niet meer richt op het doel, maar op de weg. Niet meer bij de ander is, maar alleen bij zichzelf. Op het moment dat de gevaren en problemen de overhand krijgen is hij nergens meer. Dan zinkt hij als een baksteen. Wat komt naar voren in dit verhaal? Dat de angst altijd op de loer ligt. Dat zelfs na een piekmoment, een moment van euforie ineens de angsten boven kunnen komen drijven. Dat van het éne op het andere moment alles anders kan worden en we overal spoken kunnen zien. Maar zoals angst gevoed, gewekt en geëxploiteerd kan worden is er ook een weg uit de angst. Ja, een persoonlijk, vertrouwenwekkend woord kan ons redden uit de greep van de angst, kan ons leren loslaten.









