Loslaten betekent niet dat ’t me niet meer uitmaakt, maar
betekent dat ik het niet voor iemand anders kan oplossen of doen.
Loslaten betekent niet dat ik ‘m smeer,
maar is het besef dat ik de ander ruimte geef.
Loslaten is niet het onmogelijk maken, maar
het toestaan om te leren van menselijke consequenties.
Loslaten is machteloosheid toegeven,
wat betekent dat ik het resultaat niet in handen heb.
Loslaten is niet proberen om een ander te veranderen
of de schuld te geven, maar het jezelf zo goed mogelijk maken.
Loslaten is niet zorgen voor, maar geven om.
Loslaten is niet oordelen, maar de ander toestaan mens te zijn.
Loslaten is niet in het middelpunt staan en alles beheersen, maar
het anderen mogelijk maken hun eigen lot te bepalen.
Loslaten is niet anderen tegen zichzelf beschermen, maar
het is de ander toestaan de werkelijkheid onder ogen te zien.
Loslaten is niet ontkennen, maar accepteren.
Loslaten is niet alles naar mijn hand zetten, maar
elke dag nemen zoals die komt en er mezelf er gelukkig mee prijzen.
Loslaten is niet anderen kritiseren of reguleren, maar
te worden wat ik droom te kunnen zijn.
Loslaten is niet spijt hebben van het verleden, maar
groeien en leven voor de toekomst.
Loslaten is minder vrezen en meer beminnen.
Nelson Mandela -18-
Om het te zeggen met de woorden van het Centrum Geweldloze communicatie: “Alleen hij die risico’s durft te nemen is vrij!” Een verhaal over Rabbi Nachman gaat over hetzelfde:
Voor Rabbi Nachman betekent ontvankelijk leven: je bewust zijn
van de voorbijgaande aard van deze wereld en de eeuwigheid van
de komende wereld. Vanuit het raam dat uitkeek op de marktplaats
ontwaarde Rabbi Nachman één van zijn volgelingen die in grote haast was.
“Heb je naar de hemel gekeken vanmorgen?”vroeg de Rabbi.
“Nee, Rabbi, daar heb ik geen tijd voor gehad.”
“Geloof me, over vijftig jaar zal alles wat je hier ziet verdwenen zijn.
Er zal een andere markt zijn – met andere paarden, andere wagens,
andere mensen. Ik zal er niet meer zijn en jij ook niet. Wat is er dan
zo belangrijk dat jij geen tijd hebt om naar de hemel te kijken?”
De Duitse Benedictijner monnik Anselm Grϋn zegt ergens, in navolging van C.G.Jung, dat we altijd twee polen in ons hebben: angst en vertrouwen, liefde en agressie, droefheid en blijdschap, kracht en zwakheid, maar dat we vaak gefixeerd zijn op één pool bijvoorbeeld op die van de angst. Een angst die zich uit in gedachten als: ‘dat kan ik niet. Ik ben bang. Wat zullen de anderen van me denken! Daar maak ik me belachelijk mee’ enz. Ik kan me ook afvragen, zegt hij, wat deze angst me te zeggen heeft. Ik kan ook in de angst teruggrijpen op de woorden uit Psalm 118: “De Heer staat mij bij; ik heb niets te vrezen! Wat kan een mens mij aandoen?’ Dit psalmvers zal de angst niet eenvoudig verdrijven en toch is het reciteren van belang, want het kan me in contact brengen met het vertrouwen dat ook in mij schuilt. Er zit immers niet alleen angst in me en deze woorden brengen me in contact met wat er nog meer in me zit en daardoor kan het vertrouwen dat in me zit bewust worden en groeien. Dat relativeert mijn angst en brengt me in balans. Ze gaat tegen, dat de negatieve gedachten zich in me vastzetten me gaan bepalen. Al helpt het vaak ook al om onze gedachten met iemand anders te bespreken. Dat is een risico – want je weet nooit hoe een ander reageert. Ik weet nooit wat het resultaat is van mijn initiatieven, mijn inspanningen, de dingen die ik doe of zeg. Een artikel. Een handreiking. Een verzoenend gebaar. Een onthulling. En toch lijkt het me de enige weg om de spiraal van angst te doorbreken. Twee voorbeelden mogen dit verduidelijken. In Israel kiest men voor de methode van de kracht, de vergelding en de nadruk op veiligheid door gebruik van geweld. Vanuit de gruwelijke geschiedenis in zekere zin logischerwijs en begrijpelijk Er wordt een muur gebouwd. Wapens zijn overal aanwezig. Een sterk leger zorgt voor bescherming. En wat is het gevolg? De haat wordt steeds sterker. De tegenstellingen steeds groter, terwijl de angst niet verdwijnt en de dreiging blijft. In Noorwegen werd men geconfronteerd met gruwelijke, misselijk makende terreur en de eerste reactie was geen spierballentaal, maar een oproep om meer te kiezen voor democratie en openheid. De angst werd niet te lijf gegaan met groteske maatregelen en verscherpte controle maar met vertrouwen. Het is inderdaad een riskante weg, maar wat is riskant? En blijkt de voor de hand liggende, veilige weg niet vaak een doodlopende weg?
Je riskeert een dwaas te lijken als je lacht,
sentimenteel te zijn als je huilt,
betrokken te raken als je iemand de hand toesteekt.
afgewezen te worden als je je gevoelens laat zien,
uitgelachen te worden als je je dromen prijsgeeft,
als je bemint, dat je liefde onbeantwoord blijft,
dat je faalt wanneer je doorzet terwijl de kans op slagen miniem is.
Echter, risico’s zijn er om genomen te worden:
omdat in het leven het grootste gevaar bestaat uit niets te riskeren.
De mens die nooit een risico neemt doet niets, heeft niets, is niets.
Hij mag dan misschien pijn en verdriet ontlopen,
maar hij kan niet leren, voelen, veranderen, groeien of liefhebben.
Getekend door zijn zekerheden is hij een slaaf,
verliest hij zijn vrijheid -19-
Veel meer zou er nog te zeggen zijn (noot 8), maar ik wil het kort en leesbaar houden en daarom rond ik af met een zevental praktische opmerkingen m.h.o. de cultuur van de angst:
e. Zeven opmerkingen
1.
Het is belangrijk om op het spoor te komen waar de angst schuilt. Met andere woorden analyse is belangrijk. Maatschappijanalyse en zelfonderzoek. Angst bestaat namelijk uitsluitend in relatie tot iets. Daarom is de vraag of we bang zijn voor een feit of bang voor een idee over dat feit. Zijn we bang voor het ding zoals het is of zijn we bang voor wat we denken dat het is? Ben ik bang voor de islam of voor datgene wat het oproept? Zijn we bang voor het feit van de eenzaamheid of zijn we bang voor de pijn van eenzaamheid. Het feit is één en het idee over het feit iets anders. Ben ik bang voor het woord ‘eenzaam’ of voor het feit van eenzaamheid zelf enz. Het een valt niet samen met het ander. Daarom is het belangrijk te weten en ervaren waar de angst schuilt. De angst wordt namelijk meestal gecreëerd door een mening, een idee, gebaseerd op kennis over feiten uit het verleden. Het zegt veel over hoe wij naar de wereld kijken.
2.
Analyse van allerlei dingen die ons ter ore komen (allerlei terloopse of andersoortige uitingen) is nodig. Is datgene wat wordt gezegd of geschreven generaliserend? Stigmatiserend? Is het gebaseerd op feiten of op allerlei aannames enz. Angst is namelijk vaak het resultaat van het benoemen, etiketteren en van het projecteren van ideeën op het feit zelf. Vergelijk tendentieuze en generaliserende opmerkingen als “de multiculturele samenleving is mislukt”, “er is sprake van een recessie”, “In Den Haag zitten alleen maar zakkenvullers”, “Politici zijn niet te vertrouwen”, “ de problemen in het Midden Oosten zijn onoplosbaar”, “de kerk houdt mensen voor de gek” enz.
3.
Hoopvolle woorden geven oriëntatie en perspectief. Om angst te zaaien worden vaak bepaalde woorden of uitdrukkingen gebruikt. Om angst te lijf te gaan zijn verhelderende, inspirerende woorden nodig. Zorgvuldige taal, een vertrouwenwekkende boodschap is een medicijn tegen de angst. Dat wil niet zeggen dat we onophoudelijk zouden moeten communiceren. Soms is spreken zilver en zwijgen (stilte)goud. Maar dat neemt niet weg dat woorden bevrijdend kunnen zijn en dat niet alleen de misstanden en bedreigingen, maar ook hoopvolle initiatieven mogen ja moeten worden genoemd. Het kan allemaal nog veel erger. Dat is geen pessimistische uitspraak, maar een relativering. Er zijn problemen o.a. ons wankelende economisch systeem, het moslimfundamentalisme, het terrorisme en allerlei vraagstukken die samenhangen met de multiculturele samenleving (immigratiebeleid, asielprocedures, vrouwenbesnijdenis, huwelijksdwang, hoofddoekjes, boerka’s enz.), maar er gaat ook heel veel goed.
4.
Met elkaar in gesprek gaan is de manier om vooroordelen te overwinnen, andere verhalen te horen, duidelijkheid te krijgen over normen en (Nederlandse) waarden en niet vast te blijven houden aan vooringenomen standpunten, opvattingen en meningen. Polarisatie werkt verstarrend. Het valt niet mee om mijn kwetsbare kant te laten zien. Om te laten merken dat ik soms onzeker ben, om te vertellen van mijn angst. En toch is dat de weg. Uitwisseling. Openhartigheid. Onverschilligheid is een grotere bedreiging dan conflicten en ruzies. Zo lang er nog wordt gepraat, geanalyseerd, gediscussieerd, gedebatteerd, gefilosofeerd is er hoop.
5.
Wij leven in een informatiesamenleving, waar dingen vaak losgemaakt zijn van waarheid en werkelijkheid; een maatschappij waar mensen worden bedolven onder losstaande feiten en meningen. De enige remedie lijkt een manier van leven (een scala aan initiatieven) die de saamhorigheid versterkt. Elkaar nodig hebben is namelijk de manier om vertrouwen te
-20-
kweken. We moeten vaardigheden leren om met anderen (vreemden) samen te leven. In Rotterdam is een project gestart op een aantal basisscholen waar niet alleen de traditionele vakken worden gegeven, maar ook koken, tuinieren en filosofie. Het blijkt een prima werkwijze om diverse culturele achtergronden met elkaar te verbinden.
6.
Misschien denken we vaak te groot, vanuit structuren en machthebbers. Misschien is er te veel top-down denken, terwijl het omgekeerde minimaal net zo belangrijk is. Leiderschap van onderaf, burgerschap. Mensen die hun stem verheffen, zich verzetten tegen grof geweld of opruiende taal. Het denken vanuit een piramidale structuur is in elk geval niet de weg. Piramides zijn namelijk om lijken in te leggen…
7.
We moeten weer leren denken vanuit de basis, denken op kleine schaal. Bescheiden projecten, kleine stappen. Bij de bestrijding van de misdaad, de strijd tegen terreur, de opbouw van een humane samenleving. Natuurlijk is het nodig om grote problemen
(armoede, milieuverontreiniging, internationaal georganiseerde misdaad enz). grootschalig aan te pakken, maar er is ook veel mogelijk op het niveau van een stad, wijk of buurt. Ik hoorde laatst dat in de V.S. straten worden geadopteerd door bedrijven of privépersonen, waardoor men zich meer verantwoordelijk voelt voor de eigen leefomgeving. Maar ook Nederland kent dergelijke voorbeelden De bewoners van een staat in Delfshaven vonden dat hun woongebied een flinke opknapbeurt kon gebruiken. Er werd met name aandacht besteed aan de veiligheid, de gezelligheid en de schoonheid van de straat. Dankzij de media, van de gemeente Rotterdam, groeide het project snel uit.
En wat is hier nu specifiek christelijk aan? Het christendom stelt toch het eeuwig leven in het vooruitzicht? Kenmerkend is toch de belofte van het hiernamaals als troost voor alle angst en zorg, pijn en moeite? Dat hoor je tenminste vaak en het is in de geschiedenis van de afgelopen 2000 jaar keer op keer naar voren gebracht. En toch denk ik dat het eigene van het evangelie met iets anders heeft te maken. En dan doel ik niet zozeer op de woorden geloof, hoop en liefde, hoewel die mijns inziens belangrijk zijn. Nee, het werkelijk unieke aan de christelijke manier van spreken over de angst is, geloof ik, het verhaal van Jezus Christus. Die in zijn leven en sterven liet zien wat het betekent als je leeft met de angst. Ja, ook hij kende angst. Niets menselijks was hem vreemd. Maar hij liet zich daar niet door gevangen nemen. Hij liet zich er niet door regeren. Angst was voor hem niet het laatste woord, maar vertrouwen. Die hij verwoord zag in de taal van de psalmen, de liturgie. Vandaar dat het voor mij voor de hand ligt om niet alleen te rade te gaan bij de poëzie, maar ook bij liturgische teksten waarmee ik deze korte studie over de angst afsluit.









