Noten:
1.
Litanie van alle angsten (Ben Frie SJ)
Angst, bloedstollende taferelen,huilende mensen, mensen in paniek.
Opgesloten zijn in een stadion,in een groot publiek,
angst om onder de voet gelopen te worden in een menigte,
doodgedrukt te worden, geen uitweg meer te weten – angst in een doolhof.
Angst dat de lift vast blijft zitten. Angst om van je vrijheid beroofd te worden,
angst voor hekken en tralies – claustrofobie. Angst voor duisternis.
Angst voor brand,om hitte niet te kunnen verdragen,
of vrieskou die de adem afsnijdt.
Angst om te stikken, om aangetast te worden door onzichtbare milieudreigingen.
Angst voor gif, stank, bedwelming.
Angst voor vuil,boven, onder of naast je,voor zweetlucht, voor rokers, -voor mist.
Hoogtevrees, angst op een hoge trap, op een steiger, op een berghelling –
angst om te vallen,in de afgrond te storten, of erin geduwd te worden.
Bang zijn om te springen om los te laten.
Bang om te schrikken, adrenaline – angst om betrapt te worden,gezien bij heimelijk gedrag.
Angst voor een examen, tentamen of test.
Angst om in lachen uit te barsten op een moment dat je dat niet kunt maken
Angst om niet meer te kunnen schrijven, niet meer mee te kunnen doen –
Angst voor kunsten in de trapeze, angst voor bulldozers, of tanks.
Angst voor lust en begeerte, angst voor wat ontembaar is:
het beest, de overstroming, grof geweld – de man of de vrouw.
Angst voor ouders, voor leraren, angst voor een klas met kinderen,
angst voor je klasgenoten. Angst voor jongeren,
angst voor het onbekende, om jezelf niet meester te kunnen blijven,
voor optreden in het openbaar.
Angst om af te gaan als een gieter, door de mand te vallen,
angst om gewoon alleen maar te zijn die ik ben –
of dat niet te mogen. Plankenkoorts.
Angst om te zeggen waar het op staat.
Angst om veracht te worden, ongezien te blijven, onopgemerkt.
Bang om uitgelachen te worden, je gezicht te verliezen.
Angst om niet begrepen te worden, of afgewezen,
het niet te halen, aan het kortste einde te trekken.
Angst om zwak te zijn of onzeker of om groot te moeten blijven
terwijl het niet kan.
Angst om onvoltooid te zijn, of dik, of lelijk, of impotent.
Angst om iemand te vertrouwen, angst om gewantrouwd te worden.
Bang zijn om voor jezelf op te komen – om iemand te kwetsen.
Angst voor onvrijheid, angst voor vrijheid – er geen raad mee weten.
Angst voor relaties, angst voor de leegte – horror vacui.
Angst voor seksualiteit, angst voor homoseksualiteit,
angst voor de ander, angst voor mezelf – angst om aangeraakt te worden.
Angst om het eigen verleden onder ogen te zien.
Angst om posities te verliezen, angst om te veranderen. -29-
Angst voor gezag, angst voor verantwoordelijkheid.
Angst voor het wereldgebeuren. bang zijn voor onmacht
bang zijn voor macht.
Angst om bestolen te worden,aangevallen, beroofd of neergestoken –
Angst voor een terroristische aanslag, of een ontvoering –
Angst om het mes op de keel gezet te krijgen.
Angst om je te moeten verdedigen,
angst om ’s avonds de straat op te gaan.
Angst voor ontnuchtering, angst om een verslaafde te ontmoeten.
Bang zijn om ontmaskerd te worden, bij een misdrijf betrokken te raken,
om te moeten zien wat geen daglicht kan verdragen.
Angst voor de politie, angst voor juristen.
angst om vervolgd te worden, gemarteld, fysiek, psychisch:
om politiek onderdruk te worden of economisch, angst om
het land uitgezet te worden, of van straat gehaald.
Angst dat ze achter je aan zitten.
Angst voor de dief, de aanrander – voor rauwdouwers, skinheads,
voetbalsupporters in grote groepen, voor uitgelaten honden,
en de mensen die erbij horen.
Bang zijn voor elke vorm van agressie.
Bang zijn voor insecten, muizen, spinnen, gedrochten, dromen, waanbeelden –
angstdromen, baden in zweet.
Bang zijn voor hallucinaties, vrees koesteren om dement te worde, of
het geheugen te verliezen. Bang zijn voor water,
bang zijn onder water, bang zijn om te verdrinken.
Bang zijn voor water in je ogen, bang zijn voor tranen.
Bang zijn om pijn te moeten lijden,
angst om ongezond te zijn, ziek, zwak, misselijk.
Angst voor sluimerende ziektes.
angst voor kanker, angst voor AIDS.
Angst voor het ziekenhuis, voor bloed,
voor open wonden,
Angst voor gekken en dwazen, angst voor een inrichting.
Angst voor de dokter, de tandarts, de deskundige.
Angst voor pijn, voor een medische ingreep, voor anesthesie:
angst dat je het er niet levend vanaf brengt –doodsangsten uitstaan.
Angst om je haar kwijt te raken, of ledematen –
angst om een been te breken. Angst voor gladheid,
angst om de straat over te steken,om aangereden te worden –
als je dat al eens hebt meegemaakt.
Bang zijn voor een zwarte huid, voor een bruine, of een gele.
Angst voor alles wat anders is dan jij –
mensen die anders zijn dan jij, Turken, Koerden, Marokkanen –.
Alle buitenlanders waar je bang voor bent.
De angst als ze elkaar te lijf gaan.
Angst voor elektronica, angst voor een schok,
voor een ontploffing, voor gevaar.
Misschien stort er wel een vliegtuig neer,
is hier vallend gesteente, of maak ik een lawine los
enkel door te hoesten. -30-
Angst om beschoten te worden vanuit de lucht,
angst voor een geweer in het echt,
zeker als het op jou gericht is, of voor een pistool waarmee geschoten is.
Angst om je man kwijt te raken, of je vrouw, of een kind.
Angst om risico’s te nemen, een schijtlijster te zijn, ja de angst om een spook te zien.
Angst om te vliegen, nooit meer terug te keren, angst voor vreemde culturen.
Angst dat de vakantie niet doorgaat,
het vliegtuig vertraging heeft, er een treinongeluk zal gebeuren.
Angst voor torenhoge flats, angst voor de toekomst,
angst dat je de dingen niet meer kunt verklaren.
Bang zijn dat je je zin niet krijgt. Bang zijn voor je verlies.
Bang zijn om de verkeerde kleren aan te hebben of om ongewild op te vallen.
Bang zijn om in jezelf opgesloten te worden,
voor doof- of blindheid, of om met stomheid geslagen te worden.
Angst om schizofreen te zijn, of gewoon bang zijn dat het je
allemaal boven het hoofd groeit, dat je te veel hooi op je vork neemt,
dat je overspannen bent, of alsnog wordt.
Angst voor affect en emotie.
De angsten van een puber, de angst om volwassen te worden.
Angst voor groei, voor een onzekere toekomst.
Angst om af te moeten haken, het te moeten opgeven.
Angst om je over te geven aan wat je niet kent.
Angst voor de duivel en de hel – bang zijn om te zondigen, of niet
aan kerkelijke eisen te voldoen. Angst om God te ontmoeten,
angst voor het geheim. Angst om God kwijt te zijn,
om voor niets geloofd te hebben, of geleefd.
Angst dat je Gods wil niet gedaan hebt.
Angst voor andere godsdiensten, moslims, joden, getuigen van Jehova, predikers,
wolven in schaapskleren, valse goden.
Angst voor het onzekere, angstrituelen om het te bezweren.
Angst om met kerk en al ten onder te gaan,
angst om te durven geloven. Angst voor het kruis – angst om gebroken te worden.
Bang zijn voor angst, bang zijn voor het leven, bang zijn voor de dood.
Bang zijn om de waarheid onder ogen te zien,
om eruit te halen wat erin zit, om tot het uiterste te gaan.
Angst voor de consequenties van je handelen, angst om radicaal te zijn,
2.
In het boek ‘de kracht van angst’ beargumenteren Eddie van der Wereld en Marc Schwencke dat angst ons er vaak van weerhoudt onze dromen na te jagen en onze doelen te bereiken. Angst kun je ook heel anders benaderen, zeggen ze. Angst kan je ook bewust maken van het feit dat je op een kruispunt van gedrag staat. Je kunt kiezen om te blijven doen wat je altijd deed (je kunt je gevangen laten zetten door de angst) of je kunt een nieuwe stap zetten. Een stap die je uitnodigt om te ontdekken wat er achter de angst voor mogelijkheden, kansen en potentieel ligt. De kracht van angst helpt je om je angsten te onderzoeken en onder ogen te zien. Het nodigt ons uit om op een praktische manier een stap te zetten voorbij onze angsten, zodat wij ontdekken wie we werkelijk zijn en hoe we aan de slag kunnen gaan met dat waar we nu alleen nog maar van dromen. Onze angsten onder ogen zien, erkennen, herkennen en loslaten. Dat is de basis van hun benadering. -31-
3.
In de Bijbelse traditie komt het woord angst ook voor. In het Nieuwe Testament wordt gesproken over φόβοσ wat angst of vrees kan betekenen. Vreemd genoeg komt de term angst – als zelfstandig naamwoord - niet voor in het Oude of Eerste testament Er is wel sprake van benauwdheid, benardheid en nauwte aangeduid met het woord זר (in die betekenis komt het een aantal keren voor in de Psalmen (Psalm 25, 31, 107, 116 en 120). Het land Egypte staat in zekere zin model voor die benauwdheid, want hetzelfde woord vormt een onderdeel van het hebreeuwse woord voor Egypte: מצרים. Het is ook het symbool voor onderdrukking en vijandschap en daarmee synoniem voor alles wat haaks staat op de Thora. Waar het woord tsar een tiental keren wordt genoemd klinkt de naam Egypte meer dan honderd maal. Het werkwoord רה zou je kunnen vertalen met ‘bang zijn’ of ‘vrezen’ maar komt niet erg vaak voor. Abraham Joshua Heschel leert te onderscheiden tussen vrees en ontzag. Yirah, zo zegt hij is volgens de Bijbel de voornaamste godsdienstige deugd. Het is een woord met twee betekenissen: vrees en ontzag. Vrees voor straf in de huidige of komende wereld wordt in de joodse traditie als minderwaardig beschouwd. Vrees is het vooruitlopen op en de verwachting van kwaad of pijn, in tegenstelling tot hoop die het vooruitlopen op goed is. Ontzag is evenwel het gevoel van verwondering en ootmoed, ingegeven door het verhevene of gevoeld in de tegenwoordigheid van het geheimenis. Vrees is ‘een overgave van de hulpmiddelen, die het verstand biedt’; ontzag is de verwerving van inzichten die de wereld voor ons in petto heeft. Anders dan vrees doet ontzag ons niet terugdeinzen voor het object dat ons ontzag inboezemt, maar het trekt ons juist aan. Daarom is ontzag zowel met liefde als met vreugde verenigbaar en dus in zekere zin het tegendeel van vrees.









